Nvidia CEO Jensen Huang zei: “We hebben AGI bereikt,” en voegde eraan toe dat het “niet onmogelijk is” dat een AI-systeem een bedrijf kan runnen of een goedkope app kan lanceren die door miljarden mensen gebruikt wordt.
Deze uitspraken zijn tot nu toe een van de sterkste publieke beweringen dat artificiële algemene intelligentie misschien al bestaat.
AGI betekent AI die een brede selectie van intellectuele taken op menselijk niveau kan uitvoeren.
In tegenstelling tot de huidige systemen, die goed zijn in specifieke taken zoals schrijven of coderen, zou AGI kunnen leren, redeneren en zich aanpassen over verschillende onderwerpen, zonder voor elke taak een apart model nodig te hebben.
De opmerkingen van Huang geven aan dat de huidige AI-systemen mogelijk dichtbij dat punt komen. Zijn voorbeeld—een AI die zelf een webdienst bouwt en opschaalt naar miljarden gebruikers—wijst op systemen die kunnen plannen, uitvoeren en verbeteren met nauwelijks menselijke input.
Dat zou een verandering betekenen van AI als hulpmiddel naar AI als zelfstandige operator.
Toch is deze claim erg omstreden. Er bestaat geen algemene definitie van AGI, en geen grote wetenschappelijke of regelgevende organisatie heeft bevestigd dat AGI er is.
Veel onderzoekers zeggen dat de AI van nu nog steeds moeite heeft met betrouwbaarheid, vooruit plannen en echt de wereld begrijpen.
Toch laat deze uitspraak zien hoe snel de mogelijkheden van AI zijn gegroeid. Als AGI echt is bereikt, zou dat enorme gevolgen hebben—het kan softwareontwikkeling, bedrijfsvoering en de wereldeconomie flink veranderen.
Voor nu zorgen de opmerkingen van Huang voor meer discussie: heeft AI echt een historische drempel bereikt, of komen we er alleen maar dichterbij?