President Donald Trump heeft besloten om tien dagen geen aanvallen op Iran uit te voeren. Dit zorgt niet voor duidelijkheid op de cryptomarkt. In plaats daarvan blijft de onzekerheid aanhouden – en Bitcoin reageert daar nu al op.
Bitcoin handelde op 26 maart rond de $68.900, ongeveer 3% lager in 24 uur tijd. De grafiek laat zien dat er de hele dag veel werd verkocht. Deze beweging komt door een grotere verschuiving in de markt, niet door een gebeurtenis binnen crypto zelf.
De belangrijkste oorzaak komt vanuit de obligatiemarkt.
De rentes op Amerikaanse staatsobligaties stegen tot ongeveer 4,42%. Dit geeft aan dat investeerders hogere inflatie verwachten en dat de kans op renteverlagingen op korte termijn kleiner wordt.
Dat is belangrijk, omdat crypto – vooral Bitcoin – erg gevoelig blijft voor liquiditeit. Als de rentes stijgen, wordt kapitaal duurder en stroomt er minder geld naar risicovolle assets.
Kort gezegd: hogere rentes halen liquiditeit uit crypto.
Tegelijkertijd zorgt het conflict met Iran ervoor dat de olieprijzen hoog blijven. Daardoor neemt het risico op inflatie toe. Dit maakt het nóg minder waarschijnlijk dat de Federal Reserve binnenkort de rente zal verlagen.
Markten gaan nu al uit van minder kans op renteverlagingen en de voorwaarden worden strenger.
Dit zorgt op korte termijn voor een lastige situatie voor Bitcoin.
Waar Bitcoin eerder nog als een hedge werd gezien, beweegt de coin nu meer als een risicovolle asset, net als tech-aandelen.
Naarmate de rentes stijgen en de onzekerheid aanhoudt, kiezen investeerders ervoor om als eerste minder volatiele assets te houden.
De pauze van Trump haalt wel het risico op directe escalatie weg, maar het lost de macro-economische druk niet op.
Voor crypto betekent dit: zolang de rentes hoog blijven en er weinig liquiditeit is, zal de Bitcoin koers waarschijnlijk niet langdurig stijgen en kan deze de komende tijd blijven schommelen of zelfs verder dalen.