De Federal Reserve heeft notulen gepubliceerd van de discount rate-vergaderingen in februari en maart. Hieruit blijkt dat alle 12 Reserve Banks hebben gestemd om het primaire kredietpercentage op 3,75% te houden.
De notulen gaan over bestuursvergaderingen op 9 februari en 18 maart 2026. Bij beide bijeenkomsten werd geen neiging getoond om het percentage aan te passen.
Waarom de Fed het rentepercentage van de Federal Reserve gelijk hield
Tijdens de gezamenlijke vergadering met het Federal Open Market Committee (FOMC) op 18 maart hielden de functionarissen de federal funds target range op 3,5% tot 3,75%. Het bestuur stemde ook in om de rente op reservebalansen op 3,65% te houden.
Directeuren van de Federal Reserve Bank meldden stabiele economische omstandigheden in de meeste regio’s. De arbeidsmarkten lieten weinig aanwervingen zien, een laag verloop en bescheiden loonstijgingen. Toch gaven meerdere regio’s aan dat het moeilijk bleef om personeel te vinden voor specialistische functies, vooral in de gezondheidszorg.
Directeuren zagen ook aanhoudende zakelijke investeringen in technologie en AI om de efficiëntie te verbeteren. Tot nu toe was de directe invloed van AI op werkgelegenheid nog wel beperkt.
Druk van importtarieven neemt af, maar kosten blijven hoog
Hoewel prijsdruk door importtarieven minder werd dan bij eerdere beoordelingen, wezen directeuren op stijgende niet-loonkosten in de gezondheidszorg en energie.
Het bestuur vernieuwde bestaande formules voor de programma’s voor secundaire en seizoenskredieten, waarbij het secundaire percentage op 4,25% bleef, oftewel 50 basispunten boven het primaire krediet.
Voorzitter Jerome Powell, vicevoorzitter Philip Jefferson en alle aanwezige bestuurders stemden unaniem tijdens beide vergaderingen.
Bestuurders Christopher Waller en Stephen Miran waren afwezig tijdens de sessie in februari, maar deden in maart wel mee.
Door het tarief voorlopig niet te verlagen, laat de Fed zien dat het voorzichtig is met verdere versoepeling, ondanks dat de markt later dit jaar wel op verlagingen hoopt.
Handelaren zullen nu letten op komende inflatiecijfers om te zien of het FOMC wellicht bij toekomstige vergaderingen van standpunt verandert.





