De poging van Sam Bankman-Fried om een nieuw proces te krijgen, heeft een nieuwe hindernis opgelopen nadat Amerikaanse aanklagers een verdachte brief meldden en een rechter om meer openheid vroeg.
In een verzoek deze week gaven aanklagers aan dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat Bankman-Fried meer tijd krijgt om zijn verzoek in te dienen.
Ze waarschuwden de rechtbank echter dat een recente brief, zogenaamd door hem gestuurd, mogelijk niet echt is. Hierdoor ligt de aandacht nu niet meer op zijn zaak zelf, maar op de manier waarop hij zijn stukken indient.
De brief, gedateerd op 16 maart, werd per FedEx naar de rechter gestuurd. Volgens de aanklagers is dit opvallend, omdat gevangenen in zijn gevangenis geen gebruik mogen maken van particuliere pakketdiensten.
Ook wezen ze op tegenstrijdigheden in het retouradres en de verzendgegevens, wat erop wijst dat het pakket van buiten de gevangenisregio is verstuurd. Het document was digitaal ondertekend in plaats van met de hand, wat extra twijfel oproept.
Hierdoor heeft rechter Lewis Kaplan ingegrepen. In een apart besluit vroeg hij Bankman-Fried te verduidelijken wie zijn rechtbankstukken daadwerkelijk opstelt.
Uiterlijk 15 april moet Bankman-Fried een beëdigde verklaring indienen waarin hij bevestigt of hij de documenten zelf heeft geschreven of hulp van advocaten kreeg.
Als advocaten betrokken waren, moet hij die personen benoemen. De rechter bepaalde ook dat bij toekomstige stukken altijd zulke openheid vereist is.
Met deze uitspraak wordt niet beslist of Bankman-Fried een nieuw proces krijgt. De aandacht ligt nu op openheid en duidelijke rechtbankregels.
Voorlopig gaat zijn juridische strijd door, maar onder strengere controle van zowel de aanklagers als de rechter.