Een nieuw BeInCrypto Intelligence-rapport, samengesteld met marktdata van RWA.xyz en feedback van de Expert Council van BeInCrypto, volgt ongeveer $60 miljard aan getokeniseerde Real-World Assets over meer dan 7.000 producten en 12 assetklassen.
De resultaten laten zien dat de markt groeit, maar nog steeds beperkt is.
- Slechts 62 assets bevatten 88% van de totale waarde. Vijf producten zijn goed voor ongeveer de helft van de markt: Figure HELOC, Circle USYC, Tether Gold, BlackRock BUIDL en Justoken JMWH.
- Het verschil in activiteit is net zo duidelijk. Van de 1.289 getokeniseerde assets met een waarde boven de $100.000, toonden 910 assets ter waarde van $32,9 miljard geen enkele wekelijkse overdracht.
- Toegang is ook beperkt. Volgens het rapport bevindt 97% van de markt zich buiten het bereik van Amerikaanse retail-investeerders. Slechts ongeveer $1,7 miljard is legaal toegankelijk voor retail-investeerders in de VS.
Ondertussen groeien getokeniseerde aandelen snel in aantal producten, maar het rapport meldt dat 59% van de aandeel-tokens alleen synthetische prijsblootstelling biedt en geen echt eigendom van de onderliggende aandelen.
Deze bevindingen roepen een rechtstreekse vraag op: brengt tokenisatie wel de gewenste liquiditeit, of bevindt de markt zich nog in een vroege infrastructuurfase?
BeInCrypto vroeg vijf leidinggevenden uit de industrie om te reageren op de bevindingen van het rapport.
Securitize: De eerste fase ging nooit over openbare handel
Tal Elyashiv, medeoprichter en managing partner van SPiCE Venture Capital en medeoprichter van Securitize, zegt dat de bevinding over getokeniseerde aandelen duidt op een echt structureel probleem.
“Mijn mening over wat het rapport laat zien over het tokeniseren van aandelen/equity, is dat deze tokenisatie bij de bron moet plaatsvinden. Tokenisatie zonder volledig eigendom is op z’n best problematisch en in mijn ogen gewoon helemaal verkeerd. Dit is precies wat Securitize doet.”
Elyashiv vindt ook dat weinig transferactiviteit niet in elke situatie als een mislukking gezien moet worden. Veel van de eerste getokeniseerde producten waren opgezet voor institutionele uitgifte, naleving en settlement, niet voor openbaar handelen op de secundaire markt.
“Veel van de eerste getokeniseerde assets waren fondsen (VC-fondsen, private fondsen). Tokenisatie werd hier niet gedaan voor retail/openbare handel, maar om de infrastructuur voor institutionele uitgifte, naleving en settlement te verbeteren. BUIDL bijvoorbeeld is opgezet voor institutionele TradFi en DeFi use cases, en dat is waar het nu voor dient.”
Dit sluit aan bij een van de belangrijkste verschillen in het rapport. Sommige assets zijn Distributed en kunnen bewegen via openbare blockchain-rails. Andere zijn Represented en gebruiken de blockchain vooral als digitaal bewijs van een positie buiten de chain.
Volgens Elyashiv moest die eerste fase betrouwbaarheid bewijzen voordat getokeniseerde assets breder verspreid konden worden.
“De vorige fase moest slagen en veerkracht tonen, net als meer regulatoire duidelijkheid, voordat je naar de openbare handelsfase kunt. Maar we komen nu in die fase terecht.”
Raiku: Activiteit hangt af van voorspelbare uitvoering
Robin Nordnes, CEO en oprichter van Raiku, zegt dat de inactiviteit duidt op een dieperliggende infrastructuurkwestie.
Uit het rapport blijkt dat meer dan de helft van de waarde bij getokeniseerde assets geen wekelijkse transferactiviteit vertoont. Nordnes stelt dat dit niet vooral komt door asset-kwaliteit of regelgeving. Hij zegt dat instituties voorspelbare uitvoering nodig hebben voordat ze kapitaal actief op de chain beheren.
“De uitkomst over inactiviteit verbaast mij niet, en ik denk niet dat het in de eerste plaats een regulatoir verhaal of een asset-kwaliteit verhaal is,” zegt Nordnes. “Wat we steeds horen van institutionele beheerders is dat ze kapitaal niet actief on-chain zullen beheren voordat ze vol vertrouwen antwoord hebben op twee vragen: wordt mijn transactie daadwerkelijk uitgevoerd, en wanneer… Voor passief bezit is dat acceptabel. Voor actief handelen, collateral-beheer of intraday-herverdeling niet.”
Dit punt wordt belangrijker als getokeniseerde assets worden ingezet voor actief handelen, collateral management of dagelijkse fondsoperaties. In dergelijke gevallen kan onzekerheid over settlement-timing de spreads, liquiditeitsbuffers en portfoliobeslissingen beïnvloeden.
“De transactiekosten zijn eigenlijk maar een klein deel van het probleem,” legt Nordnes uit. “De grootste kosten door onzekerheid over uitvoering zijn alles wat erbij komt kijken: de bredere spreads die je moet hanteren als je de timing niet kunt garanderen, de liquiditeitsbuffers die je moet aanhouden omdat je misschien niet kunt uitvoeren wanneer je wilt, en de posities die je simpelweg niet inneemt omdat de onzekerheid de trade onberekenbaar maakt.”
D3: de zwakke plekken laten zien waar groei vandaan kan komen
Uit het rapport bleek dat slechts één van de twaalf assetklassen volwassen genoeg is voor productiegebruik: Amerikaans overheidsschuld (US Treasury debt).
Fred Hsu, medeoprichter en CEO van D3, zegt dat deze conclusie niet alleen als zwakte moet worden gezien. Volgens hem laat het juist zien waar tokenisatie het meeste waarde kan toevoegen.
“Alleen overheidsschuld is tot nu toe geschikt voor productie, bijna elke andere klasse is nog steeds geconcentreerd of experimenteel. Dat lijkt op een zwakte, maar eigenlijk is het een kaart van waar de waarde zit. De assetklassen die nooit volwassen zijn geworden, zijn de gefragmenteerde, illiquide markten waar traditionele financiën nooit goed prijzen, omdat het volgen van eigendom en waarde verplaatsen te veel kostte. De asset was altijd al echt, wat ontbrak was een manier om erbij te komen. De infrastructuur die deze markten uiteindelijk bereikt, bepaalt waar de volgende groeifase vandaan komt,” vertelde Hsu aan BeInCrypto.
Overheidsschuld is makkelijker te tokeniseren omdat deze assetklasse liquide, bekend en makkelijk te beoordelen is voor instituties. Complexere assets zoals privékrediet, grondstoffen, vastgoed en getokeniseerde aandelen hebben nog steeds te maken met juridische, operationele en distributieproblemen.
TransFi: stablecoins laten zien waar tokenisatie al werkt
Raj Kamal, oprichter en CEO van TransFi, zegt dat de bevindingen van het rapport samen met stablecoins bekeken moeten worden. Stablecoins worden namelijk niet meegenomen in de kerncijfers van $60 miljard van de RWA-markt in het rapport.
Kamal stelt dat stablecoins het duidelijkste voorbeeld zijn van tokenisatie die op grote schaal echte problemen oplost.
“Volgens mij zijn stablecoins de echte RWA-tokenisatie die echte wereldproblemen oplost. Hier vindt tokenisatie plaats van een echte asset – de Amerikaanse dollar. Via USDC en USDT zorgen miljarden dollars aan stablecoins voor snellere, eenvoudigere, voorspelbaardere en goedkopere betalingen bij overboekingen, B2B-transacties, salaris & freelancers, online afrekenen, kasstromen van bedrijven, valutatransacties en nog veel meer.”
Dit lost het liquiditeitsprobleem bij getokeniseerde effecten en fondsen niet direct op. Maar het laat wel zien dat tokenisatie werkt als een product een echt procesprobleem verhelpt.
Kamal geeft aan dat de volgende golf van adoptie waarschijnlijk uit betalingen en zakelijk gebruik zal komen, waar stablecoins nu al veel vraag hebben.
“Het bewijs hiervoor is te zien aan het groeiend aantal grote traditionele partijen die zich willen wagen aan stablecoin-uitgifte, zoals Western Union, PayPal, banken en anderen. In werkelijkheid staan we pas aan het begin van de enorme traditionele betalingsmarkt van biljoenen dollars die wellicht overstapt op stablecoins. We zouden deze duidelijke gamechanger in wereldwijde betalingen moeten vieren als het bewijs dat RWA’s werken,” merkt Kamal op.
Brickken: de markt bouwt nog steeds aan de toegang
Edwin Mata, CEO van Brickken, zegt dat de genoemde cijfers laten zien dat de markt nog vroeg is in de institutionele adoptie.
De eerste fase van tokenisatie draaide volgens hem om vertrouwen, regelgeving en het neerzetten van een compliant infrastructuur. De volgende fase hangt af van het makkelijker maken van getokeniseerde assets in gebruik en toegang.
“Deze cijfers zijn logisch en laten de huidige marktstatus zien; tokenisatie staat nog maar aan het begin bij institutionele partijen, en dat was ook de bedoeling. De eerste fase draaide altijd om vertrouwen: bewijzen dat de technologie werkt, voldoen aan regelgeving, en een compliant infrastructuur neerzetten. Dat is geen verspilde tijd, maar juist de fundering waarop alles verder gebouwd wordt.”
Mata maakt de vergelijking met stablecoins. Volgens hem groeien getokeniseerde assets vooral als ze praktische zakelijke problemen oplossen, niet puur omdat ze on-chain bestaan.
De winnaars worden volgens hem de platforms die getokeniseerde assets vindbaar, interoperabel en bruikbaar maken voor echte zakelijke processen.
“Getokeniseerde markten bewegen dezelfde kant op; als regelgeving duidelijk wordt (de Clarity Act of MiCA in Europa zijn goede voorbeelden) en de infrastructuur volwassener wordt, zal degene die de toegang bouwt winnen: discovery, interoperabiliteit, de infrastructuur die een getokeniseerde asset verandert van een statisch gegeven in iets waar bedrijven en instituties daadwerkelijk op kunnen bouwen en vertrouwen.”
Conclusie: tokenisatie heeft waarde, maar nog geen breedte
Uit het rapport blijkt niet dat tokenisatie ten einde is. Het laat zien dat de markt nog in een vroege ontwikkelingsfase zit.
De assets zijn er al. Grote instituties doen mee. Overheidsschuld heeft productierijp niveau bereikt. Maar een groot deel van de markt is nog steeds geconcentreerd, beperkt of niet actief on-chain.
De volgende fase is daardoor duidelijk. Tokenisatie zal niet opschalen door simpelweg meer assets te minten. Er is betere settlement, naleving, distributie, uitvoering en toegang nodig.
De eerste fase heeft bewezen dat echte waarde on-chain kan worden weergegeven. De volgende fase zal bepalen of deze assets kunnen uitgroeien tot actieve financiële markten.









