Mark Zuckerberg heeft maandag Meta’s visie op superintelligentie gedeeld. Hij vindt dat deze technologie voor iedereen beschikbaar moet zijn, en niet alleen voor een kleine groep bedrijven of overheden.
De oprichter van Meta ziet open source modellen als een belangrijk middel hiervoor. Ook beloofde hij elke gebruiker gratis of betaalbare toegang tot een persoonlijke AI-assistent.
Waarom het Meta superintelligentieplan leunt op open source
Zijn uitleg begint met een waarschuwing voor concentratie van macht. Als macht bij slechts een paar partijen ligt, zo schrijft hij, komen de uitkomsten alleen een kleine groep ten goede. Daarom wil Meta dat deze technologie breed verspreid wordt.
Open source speelt hierin de grootste rol. Zuckerberg noemt het een kracht tegen centralisatie en voegt er een veiligheidsargument aan toe. Volgens hem worden fouten sneller gevonden als er meer mensen meekijken.
“Open source is een positieve en belangrijke kracht om mensen meer macht te geven en centralisatie te voorkomen.”
Mark Zuckerberg, oprichter en CEO van Meta, in zijn gepubliceerde brief
Meta liet deze belofte direct zien. Het bedrijf maakte de gewichten openbaar van Muse Glimmer, een model met 30 miljard parameters speciaal voor lokale agent-taken. De bestanden staan op Hugging Face en vallen onder de Apache 2.0-licentie.
De hardware-eisen blijven bescheiden. De gecomprimeerde versie past onder de 20 GB en draait op één gewone grafische kaart. Zuckerberg beloofde later ook de open gewichten van Muse Spark 1.2, een maand nadat Meta de eerste betaalde API lanceerde.
Deze belofte aan consumenten sluit hierbij aan. Zuckerberg begon zijn lijst met toezeggingen met een AI-assistent die elke gebruiker persoonlijk kent.
“Iedereen zal een uitzonderlijk krachtige persoonlijke agent krijgen die jou, jouw doelen en alles wat je belangrijk vindt begrijpt.”
Daarna volgen creatieve tools en een tutor met kennis op doctoraatsniveau. Gratis versies en prijsmodellen via veilingen maken het toegankelijk.
Uitvinden, en niet automatiseren, staat centraal in het superintelligentie-verhaal van Meta. Zuckerberg wijst het idee af dat AI werknemers sneller zou moeten vervangen dan ze nieuwe vaardigheden krijgen. Hij verwacht dat kleine teams grote bedrijven kunnen runnen met persoonlijke agents.
OpenAI kwam in april tot een soortgelijke conclusie en waarschuwde ook voor machtsconcentratie. Beide partijen zien het risico, maar verschillen van mening over wie de controle zou moeten hebben.
Crypto kent het decentralisatie-verhaal al langer
De superintelligentie van Meta komt in een markt die dezelfde belofte al kent. Crypto-projecten promoten al jaren decentrale AI-netwerken als oplossing voor macht bij grote bedrijven, en vermogensbeheerders volgen deze trend nu aandachtig.
Grayscale deed dit in juni. Het bedrijf noemt Bittensor (TAO), een netwerk dat bijdragers beloont voor machine learning werk, als hun voorkeursproject. De token-markt ziet Meta daarom als concurrent in plaats van partner.
Kosten maken het verhaal lastiger. Meta verwacht tussen de $125 miljard en $145 miljard uit te geven aan kapitaalinvesteringen in 2026, terwijl de AI-uitgaven de winst in het tweede kwartaal onder druk zetten. Ook investeerde het bedrijf in een datacenter-project in Texas van $14 miljard.
Weinig concurrenten kunnen zo’n budget aan. In de praktijk komen open gewichten meestal nog steeds van bedrijven die zelf de benodigde rekenkracht hebben. Critici van AI-nationalisme brengen ditzelfde punt naar voren over staatscontrole.
Zuckerberg zegt dat het onafhankelijke bestuur van Meta de veiligheidscriteria voor modelreleases zal goedkeuren. Ook wil hij dat overheden de voortgang van modeltraining controleren. Of externe onderzoekers die toegang ook echt krijgen, bepaalt uiteindelijk hoeveel de superintelligentiebelofte van Meta waard is.









