Een virale grafiek die de huidige koers van de S&P 500 vergelijkt met die van eind jaren 90 heeft het debat opnieuw aangezwengeld over de vraag of de hype rond kunstmatige intelligentie zorgt voor een klassieke marktzeepbel.
De index blijft in 2026 records breken en analisten zijn het fel oneens over wat dit patroon nu werkelijk betekent.
De waarschuwingssignalen waar bears zich zorgen over maken
De Shiller CAPE-ratio vergelijkt aandelenkoersen met de inflatie-gecorrigeerde winsten over tien jaar, waardoor je verder kijkt dan traditionele metrieken. Deze staat nu bijna op 40. Dat is historisch gezien een uitzonderlijk niveau. Soortgelijke waarden kwamen alleen voor op het absolute toppunt van de dot-com-bubbel.
Analist Rekt Fencer startte de discussie. Hij deelde een grafiek en stelde dat de structuren bijna identiek zijn: een sterke correctie, een krachtig herstel, en daarna weer richting nieuwe highs.
Hij stelde het bewust scherp. Hij noemde 1999 als de dot-com-bubbel, 2007 als de huizenbubbel, en vroeg zich daarna af of 2026 symbool staat voor de AI-bubbel.
“…De S&P 500 wordt nu verhandeld tegen waarderingen die we in 100 jaar niet hebben gezien. De retailvraag blijft tegen recordhoogtes aan zitten. We zagen deze combinatie eerder: 1999: Dot Com Bubbel 2007: Huizenbubbel 2026: AI-bubbel Het engste? De grafiek lijkt nu bijna precies op de Dot Com-bubbel…” zei Rekt Fencer op X.
Volg ons op X om altijd het laatste nieuws direct te ontvangen.
De waarschuwingen gaan vooral over gemakzucht. Iedereen denkt dat het deze keer anders is, schreef hij, maar juist dat idee vindt hij het meest zorgelijk. Soortgelijke berichten gaan rond op X. Verschillende grafiek-overlays suggereren dat de markt paden volgt die we eerder zagen vlak voor eerdere grote toppen.
Cijfers over concentratie versterken die zorgen. Technologie maakt nu ongeveer een derde uit van de S&P 500, waarbij de top 10 bedrijven bijna 40% van het geheel beslaat. Die niveaus liggen boven eerdere extremen. In 1999 en midden jaren 2000 lag die concentratie lager dan wat we nu zien.
Voorstanders van het bubbel-verhaal noemen nog meer signalen: onderlinge financiering tussen AI-bedrijven, enorme investeringen in datacenters en grote retail-hype. Al die patronen doen denken aan de slotfase van eerdere bubbels.
Waarom anderen 1997 zien in plaats van 1999
Het tegengeluid kijkt vooral naar de fundamenten. In tegenstelling tot veel dot-coms die vooral geld verloren en weinig omzet hadden, maken de AI-leiders van nu flinke winst.
Ook de financiering is echt anders. NVIDIA, Microsoft en andere grote spelers financieren hun groei vooral via vrije kasstromen, niet via risicovolle leningen of het uitgeven van veel aandelen.
Ook waarderingscijfers bevestigen dat verschil. De verwachte koers-winstverhouding voor techbedrijven ligt nu rond de 25x tot 30x, ruim onder de 50x tot 58x van het begin van deze eeuw.
Goldman Sachs benadert de situatie anders. Volgens de bank lijken de omstandigheden nu meer op 1997: investeringen nemen toe, maar sterke onevenwichtigheden zijn er nog niet.
Onderzoek van Amundi komt tot soortgelijke conclusies. Hun analyse laat zien dat de rally van 2023 tot 2025 niet de extreme waarderingen kent die typisch zijn voor een bubbel in de eindfase.
Sceptici stellen ook vragen bij de gebruikte grafieken. Grafiek-overlays kunnen selectief zijn, en echte vraag vanuit bedrijven maakt deze cyclus anders dan zuivere speculatie. De geschiedenis geeft geen éénduidig antwoord. Grote technologieën als spoorwegen en het internet zorgden voor blijvende waarde, maar ook voor pijnlijke periodes van overdrijving.
De uitkomst hangt af van de kwaliteit van de winstcijfers. Alleen records zeggen niet genoeg, en de houdbaarheid van AI-gedreven groei zal bepalen welke situatie klopt.
Eén punt blijft altijd gelden, ongeacht het resultaat. De uitspraak ‘deze keer is het anders’ bleek zowel waar als duur, soms zelfs tegelijk.
Abonneer je op ons YouTube-kanaal om leiders en journalisten deskundige inzichten te zien geven.









