Bitcoin-mining als winstgevend verdienmodel wordt steeds moeilijker te rechtvaardigen bij de grootste en duurste locaties.
De netwerk-hashrate, oftewel het totale rekenvermogen dat Bitcoin beveiligt, steeg in oktober 2025 boven de 1,1 ZH/s, maar is sindsdien meerdere keren gedaald richting 900 EH/s. De mining difficulty daalde ook met 11,16% in februari 2026 en nog eens 10,09% in juni.
Heel eenvoudig gezegd: genoeg miners zijn gestopt waardoor het Bitcoin-netwerk mining makkelijker moest maken voor degenen die nog actief zijn.
Tegelijkertijd zien grote miningbedrijven betere resultaten in andere sectoren. Core Scientific rapporteerde een negatieve bruto marge van 56% uit self-mining in het tweede kwartaal, terwijl hun datacenter-colocatie bijna $80 miljoen aan brutowinst opleverde.
Bij TeraWulf komt ongeveer 71% van de kwartaalomzet uit HPC-verhuur. Dus het verhuren van krachtige computing-infrastructuur voor AI en cloud computing levert momenteel meer winst op.
Dus, duwt AI Bitcoin-miners eruit, en wat gebeurt er met mining als dat gebeurt?
De concurrentiestrijd om premium stroom
AI-hardware en Bitcoin-mining machines zijn niet uitwisselbaar. Grafische processors voor AI zijn meestal niet rendabel voor Bitcoin-mining, terwijl Bitcoin-ASIC’s geen grote AI-modellen kunnen draaien. De concurrentie gaat daarom om chipproductiecapaciteit, kapitaal, land, infrastructuur en, het belangrijkste, betrouwbare elektriciteit.
Voor AI-operators is een locatie met bestaande transformatorstations, netcapaciteit en glasvezelverbindingen veel waardevoller dan onontwikkeld land vlakbij een energiecentrale. AI-infrastructuur moet snel inzetbaar zijn, terwijl grote stroomprojecten vaak jaren duren.
Veel miningbedrijven hebben op tijd geschikt land en netaansluitingen geregeld, voordat AI de concurrentie verhoogde. Deze locaties kunnen nu meer waard zijn als AI-datacenters dan als mining faciliteit. De koerswijziging in de sector draait dus niet om het verkopen van stroom, maar om het te gelde maken van stroomtoegang die er al ligt.
Dat voordeel geldt niet voor elke energiebron.
AI-training en -toepassingen vereisen meestal stabiele, altijd beschikbare stroom. Bitcoin-mining kan juist flexibeler worden ingezet. Mining-machines kunnen aangaan bij overschot, minder stroom vragen bij lage toevoer en uitgaan als het stroomnet onder druk staat.
Een fabriek met zonnepanelen op het dak kan bijvoorbeeld overtollige zonnestroom op het midden van de dag gebruiken om een paar mining-machines te laten draaien, als de gewone productie aan de energiebehoefte heeft voldaan. De machines hoeven niet continu aan te staan. Hun doel is waarde te creëren uit stroom die anders verloren zou gaan of tegen een lage prijs aan het net verkocht zou moeten worden.
Datzelfde principe geldt op grotere schaal. Het energiebedrijf ENGIE zegt dat het batterijopslag of Bitcoin-mining overweegt bij zijn Assú Sol-zonneproject in Brazilië, waar door netbeperkingen niet alle opgewekte stroom kan worden ingezet.
Intermitterende zonne- en windenergie kan AI ondersteunen, maar meestal alleen als het naast opslag, netstroom of een andere stabiele bron wordt gebruikt. Die extra infrastructuur maakt het duurder.
Mining is beter gepositioneerd om goedkope elektriciteit te benutten, juist omdat die intermitterend, afgelegen of lastig te transporteren is.
Hashrate verschuift, verdwijnt niet
Nu grote miningbedrijven hun toplocaties ombouwen voor AI, komen sommige van hun machines waarschijnlijk op de tweedehandsmarkt. Een rig die niet winstgevend is in een duur datacenter kan wél uit kunnen op een locatie met goedkope waterkracht, overtollige zonne-energie of ongebruikte stroom.
Lagere prijzen voor apparatuur compenseren dure stroom niet, maar brengen wel de instapkosten omlaag en verkorten de terugverdientijd. Oudere, minder efficiënte machines kunnen soms toch nog rendabel zijn op plekken waar de stroom heel goedkoop is en continu draaien niet nodig is.
Dit kan de structuur van de sector veranderen. Beursgenoteerde bedrijven blijven belangrijk, maar in de toekomst kan meer hashrategroei juist komen van private partijen, kleinere miners en energieproducenten met directe toegang tot ongebruikte stroom.
De moeilijkheidsaanpassing van Bitcoin helpt het netwerk zich aan te passen. Wanneer miners stoppen, komen nieuwe blokken eerst langzamer. Daarna daalt de moeilijkheid, waardoor de overgebleven machines meer Bitcoin kunnen verdienen voor dezelfde rekenkracht. Sommige apparaten die eerst niet rendabel waren, kunnen dan weer opnieuw gebruikt worden.
Een lagere hashrate is nog steeds belangrijk, omdat het de kosten verlaagt om het netwerk aan te vallen. Toch wijst een tijdelijke daling niet meteen op een beveiligingscrisis. Het systeem zoekt steeds opnieuw naar een nieuw evenwicht, afhankelijk van de Bitcoin koers, stroomprijzen en machine-efficiëntie.
AI maakt toplocaties voor stroom duurder en bepaalde miningmodellen minder rendabel. Toch zal Bitcoin-mining waarschijnlijk niet verdwijnen.
In plaats daarvan ontstaan eigenlijk twee markten: betrouwbare, infrastructuurrijke stroom zal steeds vaker naar AI vloeien, terwijl mining opschuift richting goedkopere en minder conventionele energie.
Zolang er ongebruikte elektriciteit bestaat, blijven miners zoeken naar manieren om die te benutten.









